02 maart 2026
Een nieuwe plek, dezelfde opdracht: De Taalklas op de Parkschool
Aan het begin van dit schooljaar verhuisde De Taalklas van Librijn van Daltonschool Eglantier Buiten naar de Parkschool. Voor leerkracht Bianca Wijzenbroek en haar onderwijsassistente betekende dat een nieuwe omgeving, een nieuw team en een nieuwe school. Spannend was het zeker, vertelt ze, maar het bleek al snel goed te voelen.
“We hebben hier eerst rondgekeken, de sfeer geproefd en gesprekken gevoerd. Dat voelde meteen prettig. We voelden ons welkom, en dat maakt echt verschil.”
Een klas met een eigen opdracht
De Taalklas is bedoeld voor nieuwkomers binnen het openbaar onderwijs in Delft. Leerlingen komen er tijdelijk, meestal voor ongeveer veertig weken, om een basis in het Nederlands op te bouwen. Daarna stromen ze door naar een reguliere school. Bianca werkt al ruim dertig jaar in het onderwijs en heeft veel ervaring met taalonderwijs. Ze stond jarenlang in groep 3 en werkte later ook in het nieuwkomersonderwijs. Toen Librijn een taalklas wilde opzetten, zag ze daarin een kans. Bianca: “Ik vond het mooi om De Taalklas zelf vorm te geven. Om te kijken: wat hebben deze kinderen nodig, hoe bied je dat aan, welke materialen gebruik je? Die combinatie van ervaring en opnieuw mogen opbouwen, dat sprak me aan.”
“In De Taalklas ligt de nadruk op taal, maar minstens zo belangrijk is het gevoel van veiligheid,” vertelt Bianca. “Leerlingen komen binnen met heel verschillende achtergronden. Sommigen hebben al veel onderwijs gehad, anderen nog nauwelijks.” Ze legt uit hoe dat het werk bepaalt: “Je moet eerst kijken: wie zit er voor je? Kan een kind al lezen in de eigen taal, heeft het al schoolervaring, hoe verloopt het contact? De eerste weken observeer ik veel. Pas daarna maak ik een plan, waarin ik de doelen vaststel die ik hoop te behalen.”
“In De Taalklas ligt de nadruk op taal, maar minstens zo belangrijk is het gevoel van veiligheid.”
Waarom de Parkschool?
De verhuizing kwam voort uit een praktische reden: Daltonschool Eglantier Buiten groeide en had het lokaal zelf nodig. Tegelijkertijd bood de Parkschool voordelen. “De locatie is centraler. De tram stopt voor de deur en leerlingen komen uit heel Delft, dus dat helpt. Op de Parkschool is veel aandacht voor taal vanuit het themagericht werken en het Freinet onderwijs. Deze werkwijze sluit goed aan bij de thematische aanpak in De Taalklas.”
Hoewel De Taalklas een eigen programma heeft, is er wel contact met het team. Dat groeide vanzelf in de eerste maanden. “In het begin is alles nieuw: nieuwe collega’s, nieuwe afspraken, een nieuwe directeur. Maar we voelden ons snel op ons gemak. Collega’s reageren op wat de kinderen maken, we praten mee in vergaderingen waar dat kan. We voelen ons echt onderdeel van de school.”
“Natuurlijk moesten de leerlingen wennen, maar het belangrijkste bleef hetzelfde. Mijn collega en ik stonden er gewoon weer.”
Vertrouwde gezichten
Voor de leerlingen was de verhuizing minder ingrijpend dan je misschien zou denken. “Ze vonden de school en het plein meteen prachtig, dat hielp,” zegt Bianca. Natuurlijk moesten ze wennen, maar het belangrijkste bleef hetzelfde. “Mijn collega en ik stonden er gewoon weer. Dat geeft vertrouwen. Wij zijn er elke dag, we reageren rustig, we zijn voorspelbaar. Dat hebben deze kinderen nodig.”
Die stabiliteit is belangrijk, omdat veel leerlingen al veel hebben meegemaakt voordat ze in Nederland op school komen. “Ze moeten zich eerst veilig voelen. Pas daarna komt het leren.”
Veel leren in korte tijd
In veertig weken moet er veel gebeuren. Leerlingen leren lezen, schrijven, spreken en luisteren in een nieuwe taal, terwijl ze sterk verschillen in leeftijd en achtergrond. Daarom zijn de groepen klein. “In kleine groepen van ongeveer 15 leerlingen kun je echt kijken wat ieder kind nodig heeft. Je werkt veel in kleine groepjes en je past steeds aan.”
De voldoening zit vaak in kleine momenten. Bianca vertelt: “In het begin hebben sommige kinderen nog geen woorden om iets te vertellen over zichzelf. En dan, een paar maanden later, zegt een kind ineens: ‘Juf, ik heb gisteren met mama gebeld in Irak en daar ligt sneeuw.’ Dat zijn momenten waarop je ziet wat taal doet. Dat een kind iets kan delen over zichzelf.”
“Deze kinderen hebben geen taalachterstand, maar een blootstellingsachterstand aan het Nederlands.”
Blootstellingsachterstand
Bianca hoopt dat vervolgscholen goed blijven kijken naar wat deze leerlingen nodig hebben. “Het leren van een taal duurt jaren. Na één jaar kunnen ze al veel, maar ze zijn er nog niet. Ik hoop dat scholen zien dat deze kinderen geen taalachterstand hebben, maar een blootstellingsachterstand aan het Nederlands. Ze weten vaak al veel, maar kunnen het nog niet in woorden omzetten.”
Scholen mogen Bianca altijd mailen als ze vragen hebben. “We denken graag mee. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: dat kinderen zich redden en zich thuis voelen.”
Trots op de stap
Nu, een half jaar na de verhuizing, kijkt Bianca met een goed gevoel terug. “Waar ik het meest blij mee ben? Dat we ons hier allemaal zo snel thuis voelden. En dat steeds meer mensen weten wat De Taalklas doet. Want daar gaat het om: dat deze kinderen een goede start krijgen en met vertrouwen verder kunnen.”